'Ik ga voor belang van onze agrifood in Europa'

ODILIAPEEL - Wyno Zwanenburg uit Odiliapeel is kandidaat voor het Europese Parlement. Voor de VVD staat hij nummer 12 op de lijst terwijl er nu drie VVD-ers een zetel hebben. Een onverkiesbare plek zou je zeggen, maar Wyno hoopt rechtstreeks gekozen worden via voorkeursstemmen. “Ik heb 20.000 stemmen nodig.”

Hoe denk je die te halen?
“Ik ben de enige kandidaat uit deze hoek van Brabant én ik heb het stickertje ‘agrifood’. Dat is echt het profiel van deze regio die ook internationaal bekend is als agrifood. Er zitten hier heel veel boeren en veel mensen die werken in verwerking bij bedrijven als Kroef, DMV Campina en Jumbo: van bulkwagenchauffeurs tot distributiemedewerkers.”

Landelijk was je bekend als voorzitter van de NVV?
“Ja, dat is een ondernemersvereniging voor varkenshouders, maar er kwam ook steeds meer een internationale dimensie bij. Ik zat niet alleen regelmatig in Den Haag op het ministerie, maar deed ook lobbywerk in Brussel.”

Landbouw is een belangrijk onderwerp in Europa!
“Toch heeft er afgelopen 5 jaar voor Nederland niemand in de commissie landbouw gezeten terwijl wij het op één na grootste exporterend landbouwland ter wereld zijn. Onze agrarische belangen en vooral van deze regio zijn gigantisch en niemand heeft zich namens Nederland daar actief tegenaan bemoeid!”

Ach, wat heb je er te zeggen als één van de 751 leden. Niks, toch?
“De kunst is daarom te zorgen dat je medestanders krijgt. Niet in het debat, want dat is er niet, omdat iedereen zijn eigen taal spreekt. Er zitten altijd tolken tussen dus je kunt geen emotie overbrengen. Er gebeurt daar heel veel in de wandelgangen en onder het eten. Ik heb ook internationaal een netwerk opgebouwd. Als een andere Europarlementariër iets niet begrijpt, kan ik het via het bedrijfsleven spelen.”

En die stuurt een lobbyist … Het is wel een apart circus, hoor.
“Het is mensenwerk en gunnen, maar het moet natuurlijk wel kloppen. Je moet het kunnen verantwoorden en alles uit kunnen leggen. Maar het proces is heel anders dan in Nederland.”

Wij kijken ook daarom niet echt positief naar ‘Europa’.
“Wilders zit zelfs op de toer van ‘doe maar weg’, maar ‘vóór’ of ‘tégen’ Europa zijn, dat is raar. Je bent toch ook niet ‘voor’ of ‘tegen’ de gemeente of provincie. Mensen uit onze regio moeten zich ook realiseren dat geen Europa impact kan hebben op hun eigen werk.”

Wat hebben wij dan aan Europa?
“Bij de grens zie je grote lege parkeerplaatsen, maar vroeger stonden die vol met vrachtwagens. Nu hobbel je lekker door, maar als je uit de EU stapt en weer naar grenzen toe gaat moet je weer allerlei papieren regelen. Dat is het manco. De succesvolle dingen nemen mensen als vanzelfsprekend aan. ‘We hebben genoeg te eten en alles is er toch?’”

Precies, géén megastallen erbij!
“Brainport in Eindhoven is heel sexy, maar de agrifood is een veel belangrijkere sector en als enige gegroeid in economische waarde. Er zijn vraagstukken over duurzaamheid en intensiteit, prima, het kan altijd beter, maar we moeten wel opletten dat we het kind met het badwater niet weggooien. Nutreco, een wereldbedrijf zegt: ‘ons hoofdkantoor staat in Boxmeer, maar als in Nederland de veehouderij krimpt of zich niet kan ontwikkelen, waarom zouden we in Nederland blijven?’ Er werken echter wel veel mensen en dat vergeten burgers wel eens.”

Ach, woorden …
“Nee, er zijn nu al veel bedrijven uit Brabant weg gegaan omdat ze zich elders makkelijker kunnen ontwikkelen. Agrifirm zit niet meer in Veghel. Het is geen familiebedrijf, er is geen binding en dan maken ze een koude calculatie. ‘Dan gaan we toch ergens anders zitten’. Daar moet je wel mee opletten.”

Wat kun jij in Brussel voor ons doen?
“Ik heb dit gebied goed in beeld en wil het dienen in alle opzichten. Recreatie is bijvoorbeeld ook heel belangrijk. Ik ken ook de vraagstukken die er spelen, ook al worden die vaak scherp gesteld: ‘Het gaat slechter met de natuur’. Nou, ik fiets nogal wat en er is kei veel en kei mooie natuur en er zijn kei mooi bedrijven die zich kunnen ontwikkelen. Ik vind dat dat best samen kan.”

Maar ben je dan voor of tegen de plofkip?
“Ik vind niet dat de overheid alle regels moet stellen. De burger roept van alles, maar gedraagt zich als consument heel anders. Ik vind niet dat de overheid de lat hoog moet leggen. Laat ‘de markt’, de supermarkten en de consument dat maar doen.”

Geen plofkipverbod dus?
“Nederland mag best ‘gidsland’ zijn, maar moet niet te ver vooruitlopen. Dan heb je zoveel concurrentienadeel en overleef je het economisch niet. Er zijn zoveel zaken die in heel Europa gaan spelen, zoals nu de antibiotica. Dat vraagstuk hebben wij niet opgelost, maar we zijn al heel ver. Dat dossier ken ik van haver to gort en als ik kan zorgen dat de rest van Europa dat overneemt, bewijs ik Nederland een dienst en heel de Europese veehouderij. Dat geldt ook voor dierenwelzijnsvraagstukken. Nederland loopt daarin voorop en als Europa zegt, ‘dat willen wij ook’, dan kan ik kan zeggen: als jullie dat willen: zo hebben we het in Nederland gedaan.”

Tot slot, ben je voor of tegen steun aan Griekenland?
“We moeten Griekenland op de been houden, want wij exporteren heel veel naar Griekenland. Het land produceert bijna niks zelf, maar de Grieken moeten wel eten en drinken. Laat ze dat uit Nederland halen. Ik ga voor het belang van de Nederlandse agrifood!”



Bron : Kliknieuws